|
Je hebt de staat Georgia in de VS, maar je hebt al véél langer de
republiek Georgië in de Kaukasus, een land met een zeer oude geschiedenis. Vroeger hoorde het
een tijdlang bij de Sovjet Unie,
maar zelfs toen had het zijn eigen cultuur en een geheel eigen taal, die
niet van Indo-europese oorsprong is en alleen verwant is met enkele
buurtalen. Er hoort een eigen alfabet bij, dat ook al nergens anders op
lijkt.
Officieel is Georgië deel van Europa (waar het ook graag bij wil horen), maar eigenlijk ligt het op het
kruispunt van Azië en Europa. Veel toerisme was er niet de afgelopen jaren,
vanwege de instabiele politieke situatie, maar de rust was in 2007 even wedergekeerd en
het is een heel bijzonder land om te bezoeken en ik heb het voor altijd in
mijn hart gesloten.
|
Reisgegevens
Periode: juli/augustus 2007
Soort reis: georganiseerde bergwandeltrektocht met
bagagevervoer door paarden
Organisatie: SNP
Accommodatie: hotel, gastgezinnen en tenten
Bezocht: o.a.Tbilisi, Telavi, Shenako, Shatili en de Tushetivallei in het
Kaukasusgebergte
Weer: heet en droog in de lager gelegen gebieden, koeler
(met lekker frisse nachten) in de bergen
|
|

Vier middeleeuwse wachttorens op een rij
Forten en torens
Het Tushetigebied, waar wij rondtrokken, is een afgelegen berglandschap
van grote schoonheid en een enorme bloemenpracht, vlakbij de Tsjetsjeense grens. Rebellen zijn we niet
tegenkomen, wel zo nu en dan een paar soldaten, waarvan er één stel
gewapend met een cameraphone. We kregen de indruk dat ze zich rot verveelden
en blij waren met een verzetje. Ze vroegen ons bijna verlegen of ze ons op
de foto mochten zetten, wat resulteerde in een prachtig groepsportret van
twee soldaten met een heel stel Nederlandse toeristen (hier niet
gepubliceerd vanwege privacy-overwegingen).
Dat Georgië met name in de middeleeuwen voortdurend invasies van o.a.
Perzen en Mongolen te verduren had, blijkt uit het grote aantal
eeuwenoude wachttorens in dit grensgebied (zie foto hierboven en klik hier
en hier
voor meer torens). Hiermee kon
men met vuur- en rooksignalen in zeer korte tijd over grote afstanden de rest van de bevolking
waarschuwen, die zich dan met have en goed kon verschansen in één van de
mysterieuze versterkte dorpen, die zo uit The Lord of the Rings
hadden kunnen komen. In één van die dorpen, Shatili, hebben we de laatste
nacht van onze trektocht gelogeerd - in een fortachtig gebouw
met
schietgaten als raampjes, dikke ruwe muren, scheve vloeren en lage ronde deuropeningen. Hieronder zie je een foto van Shatili.

Het versterkte dorp Shatili
Schapen en koeien
Tusheti wordt eigenlijk alleen in de zomer bewoond, door mensen uit lager
gelegen gebieden, die hier dan hun kuddes schapen en koeien weiden. 's
Winters is het gebied te onherbergzaam en is het zo goed als verlaten. Ook
's zomers is Tusheti alleen te bereiken via een allerbelabberdste weg door
het hooggebergte. De schitterende uitzichten maken trouwens veel goed.
Elektriciteit is er mondjesmaat, in de vorm van hier en daar een
zonnepaneeltje dat net een peertje aan kan drijven. Water wordt in emmertjes
bij de dorpsbron gehaald.

Schaapscheerders, die zich
gemoedelijk en goedmoedig op de foto lieten zetten.
Sint Joris
Alles is net een beetje anders in Georgië: de vele kerken en kloosters
doen aan de Grieks-orthodoxe kerk denken, maar zijn veel robuuster en
eenvoudiger gebouwd, en altijd in de vorm van een Grieks kruis, waardoor de
ruimte klein, vierkant, hoog en donker is. De gothiek is kennelijk nooit
doorgedrongen tot dit land. De foto hiernaast geeft een goede indruk van een
Georgisch kerkgebouw (voor de oriëntatie: je kijkt naar boven, naar het
plafondgewelf). Net als in andere Byzantijnse kerken hangen ook hier de
muren vol met ikonen, die door de gelovigen (vooral vrouwen) intens en
heftig worden aanbeden en aangeraakt. Sint Joris (Georgius) is de meest populaire heilige,
wat overigens niets met de naam van het land te maken heeft. De oude Grieken
noemden de inwoners gemakshalve Georgiërs, wat eenvoudigweg 'landbouwers' betekende.
Zelf noemt de bevolking haar land Sakartveli. Landbouw is trouwens nog
steeds het voornaamste middels van bestaan.
Wijn
en wodka
De Georgiërs beweren dat ze ooit als eersten ter wereld de wijn hebben
uitgevonden. Drinken kunnen ze in ieder geval nog steeds als de besten. De
wijn vloeit bij elke maaltijd rijkelijk (vergezeld van frequente en uitgebreide toasts) en ook
wodka wordt enthousiast en in grote hoeveelheden
achterover geslagen. Op de foto hiernaast worden we om zaterdagochtend 10 uur (!) in een klein
dorpje hartelijk uitgenodigd voor een drinkgelag met zelfgestookte drank en
zelfgebakken kaasbrood. Zijn dat nou geen vriendelijke en gastvrije mensen?
Tbilisi: ontmoeting van Azië en Europa
In de reis was ook nog een bezoek aan de hoofdstad Tbilisi begrepen, iets
waar ik helemaal geen zin in had, want ik was immers gekomen voor een ruige
bergtrektocht met veel rust en ruimte. Maar ik moet toegeven dat zelfs ik
binnen de kortste keren was gevallen voor de charmes van deze stad. De
inwoners van Tbilisi zijn duidelijk op Europa gericht, maar er zijn ook veel
Aziatische invloeden. Zo bestuderen veel jonge mensen de oude Perzische
cultuur, omdat de schoonheid daarvan goed aansluit bij de Georgische
cultuur, en zie je ook gebouwen met uitgesproken Oosterse
invloeden. Daarnaast kom je nog hier en daar de onvermijdelijke Sovjetzooi
tegen, naast prachtig gerestaureerde juweeltjes,
en oude
panden die van ellende nog nét niet inelkaar zakken. Overal staan eeuwenoude kerken, met
daartussendoor moskeeën en synagoges. Mobieltjes zijn erg populair, evenals
naveltruitjes en sjieke restaurants, en je kunt er prima cappuccino drinken.

Schilderijen van Tbilisi op de vlooienmarkt
|