|
Sinds ik in IJsland ben geweest (wat mij betreft
trouwens mét Alaska het mooiste land ter wereld),
verbaast het me niet meer dat een groot deel van de inwoners van dit
hypermoderne, westerse land serieus in trollen en elfen gelooft. Zelfs een
nuchtere Friezin als ik krijgt er mystiekerige neigingen. IJsland heeft een
rechtstreekse hotline naar het binnenste van de aarde.
|
|
Reisgegevens
Periode: juli-augustus 1995
Soort reis: georganiseerde wandelreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: hutten
Bezocht: Bláfjöll, Hengillgebergte, Thorsmörk, omgeving
Myrdalsjökull, omgeving Vatnajökull, Landmannalaugar, Hekla,
Gullfoss, Geysir, Thingvellir, Reykjavik
Weer: wisselvallig, maar niet koud
|
De prachtig gekleurde
bergen bij Landmannalaugar, in het zuidelijk deel van het land.
Geisers en gletschers, vuur en ijs
Het land verkeert nog steeds in een scheppingsproces,
onder meer dankzij het feit dat het op de lijn ligt waar Amerika en Europa
uit elkaar gedreven worden en de aarde opensplijt. Vandaar de kokend hete
borrelende poeltjes, de geisers, de vulkanen, de rookpluimen middenin in
het landschap, de zwavellucht hier en daar. De warmte uit de aarde wordt
heel praktisch benut om zwembaden te verwarmen en om 's winters de straten
van Reykjavik ijsvrij te houden. En ijs is er natuurlijk ook, maar lang
niet zoveel als de naam je zou doen geloven. Wel zijn er de grootste
gletschers van Europa - overblijfselen van de laatste IJstijd en
overweldigend mooi. En vergeet ook de schitterende watervallen niet. Je
vindt ze overal en ze zijn steeds weer anders.
Beeldschoon
en godvergeten
IJsland is nu een moderne, westerse staat. Iedereen heeft de
laatste technische snufjes en ik moet zeggen dat in de binnenlanden van IJsland
(dus zowat overal) een mobiele telefoon en een stoere auto met
vierwielaandrijving eerder noodzaak dan luxe zijn. Nog niet zo lang geleden was
IJsland echter een godvergeten uithoek van de aarde, waar de mensen eeuwenlang
met moeite overleefden, of zelfs dat niet en dus bij bosjes omkwamen van de
honger. Dat harde verleden schijnt er ook de oorzaak van te zijn dat de
IJslanders als afstammelingen van de Vikingen weliswaar vaak blond, blauwogig en
zeer bleek zijn, maar ook onderdeurtjes van hetzelfde formaat als ik (d.w.z.
rond de 1 meter 60).
Foto: stallen en hutjes
geïsoleerd met turf - het soort behuizing waar eeuwenlang vrijwel alle
IJslanders in woonden.
Ook terreinwagens kunnen stranden
Nog steeds zijn in het binnenland geen wegen en bruggen. Ik
vond het dan ook ongelooflijk opwindend toen we met onze zeer hoog op de wielen
staande bus voor het eerst zomaar door een beek reden. Nog spannender werd het na
een stormachtige nacht met veel regen. Kabbelende beken waren veranderd in
kolkende rivieren, waar je niet zomaar meer doorkwam - ook met je moderne
vierwielaangedreven jeep niet. In onze bus passeerden wij een jeep die door de
sterke stroom dwars op de rijrichting was gezet en geen kant meer op kon. Dat
was een mooie gelegenheid voor onze bus om de held uit te hangen. Binnen de
kortste keren waren twee hulpvaardige IJslanders met een kabel het kolkende, ijskoude water
ingesprongen. In de stormende wind slaagden ze er maar met moeite in die vast te
maken, maar toen dat gelukt was, kwam het spannendste stuk pas. Stukje voor
stukje, heel langzaam, werd de de jeep vlotgetrokken en konden de passagiers
weer normaal ademhalen. Met gevaar voor eigen kapsel heb ik nog een actiefoto
van deze operatie gemaakt (zie hieronder).
En hoe is
het weer?
Nou ja, heel anders dan aan de Costa
del Sol. Het weer in IJsland is erg veranderlijk, ook midden in de zomer, en je
moet dus overal op voorbereid zijn. Zelfs in augustus heb ik wanten, sjaal en
muts nodig gehad. Veranderlijkheid heeft ook een groot voordeel: slecht weer
duurt nooit erg lang en je ziet soms de prachtigste luchten (zie de foto). Van
de veertien dagen die ik op IJsland heb doorgebracht was er maar één echte
regendag. Dat valt toch reuze mee. En op mijn laatste dag, in Reykjavik, heb ik
heerlijk op een terrasje in de zon gezeten. Niet met een pilsje trouwens, want
dat kost er al gauw 5 euro.
Boven: schitterende lucht aan de zuidkust,
waar we ook veel
papegaaiduikers hun carpiolen hebben zien maken.
Onder:Thingvellir: gelegen op de breuk in de
aardkorst tussen Amerika en Europa
Het oudste parlement ter wereld
Al meer dan
duizend jaar geleden trokken zo'n beetje alle IJslanders elk jaar met
schapenkuddes en al naar Thingvellir om gezamenlijk over belangrijke dingen te
beslissen.
Tegenwoordig is Thingvellir een soort bedevaartoord voor moderne
IJslanders. Er is niet echteen dorpje of iets dergelijks, maar wel een heel lief
achttiende-eeuws houten kerkje, het buitenhuis van de president (zeer bescheiden
trouwens), een prachtig meer waar je roeiboten kunt huren, veel ruimte, mooie
luchten en een kloof met
fraaie basaltformaties, zoals je op de foto hiernaast kunt zien. Deze kloof -
misschien ook wel aardig om te weten - is
de scheur in de aardkorst die het Amerikaanse en het Europese continent van elkaar scheidt.
Vergeleken met de vaak ruige natuur
en de hoekige zwarte lavavelden die je elders op IJsland tegenkomt is dit een lieflijke
plek. Net als de Gullfoss (schitterende waterval) en de one-and-only
Geysir ligt Thingvellir op een dagtrip afstand van Reykjavik, dus je komt er meer
toeristen tegen dan verder weg van de hoofdstad. Voor ons
was het, na bijna twee weken ruige natuur, een goede manier om ons geleidelijk
weer op de bewoonde wereld in te stellen en ons voor te bereiden op ons laatste
dag in Reykjavik. Niet dat Reykjavik nou zo'n drukke
wereldstad is. Eigenlijk is het meer een vriendelijk, enigszins slaperig
provinciehoofdstadje, dat op zaterdagavond plotseling wakker schrikt en zich dan
massaal lamzuipt - voornamelijk op zelfgestookte bocht. Heel apart.
|