Joert bij het Song Kul meer
De wereld van de bergen is die van de semi-nomadische herders die er 's
zomers hun kudden weiden en van april tot oktober in joerts wonen - ronde tenten van
wit vilt, die naar verluidt in 25 dagen gemaakt worden en 25 jaar meegaan.
Zo'n joert is niet erg groot, maar wel verrassend knus en, mits goed
onderhouden, waterdicht en zo goed als lichtdicht. Het slaapt er heerlijk
als het buiten regent - veel beter dan in een trekkerstentje!
 |
Ruiter met
typisch Kirgizische hoed van wit vilt
|
Kuddes en koemys
De hele familie is druk met de kuddes. 's Ochtends moeten de paarden,
koeien en schapen naar een grazig stukje berg worden geleid en vóór donker
moeten ze weer in veiligheid worden gebracht en bewaakt, want 's nachts zijn
er wolven en sneeuwluipaarden op pad. Verder moeten de beesten gemolken
worden en wordt van de paardenmelk het populairste drankje van Kirgistan
gemaakt: koemys, dat lichtzuur smaakt, een beetje prikkelt op de
tong, ietsje alcoholisch is en waar mijn darmen nog dagen van in de war zijn
geweest. Net als in Mongolië is het paard hét vervoermiddel in Kirgistan. Je zou
bijna zeggen dat ze op het paard worden geboren, zo vergroeid zijn de
Kirgiezen ermee.
Kirgizische cowboys
Eén van mijn leukste ervaringen onderweg was 's ochtends achter een
kudde koeien aanlopen, die door een vader met zijn drie zoontjes naar een
weideplek hoog in de bergen werd gedreven. Het oudste zoontje was een jaar
of twaalf en heel erg stoer, de twee jongste waren nog zo klein dat ze met
zijn tweeën op één paard reden. Allevier waren ze beredruk in de weer om
de koeien in het gareel te houden en te zorgen dat er geen enkele afdwaalde
- een klus die continue waakzaamheid vereiste. Maar ze hadden ook een hoop
plezier. Er werd veel gelachen en de jochies vonden het prachtig dat ik hen
op de foto zette. Maar vergis je niet: een dergelijk leven mag idyllisch
lijken, maar het is naïef om te veronderstellen dat een leven dicht bij de
natuur automatisch een goed leven is. De bergen zijn onherbergzaam, het weer
is vaak bar en het bestaan is hard. Luxe en extraatjes zijn er niet. Het
leven is monotoon, behalve in het voorjaar als ineens heel veel dieren
tegelijk jongen krijgen en er keihard gewerkt moet worden om ervoor te
zorgen dat zoveel mogelijk overleven.

Boven: twee jeugdige cowboys in opleiding.
Onder: trotse moeder en ander familielid bij baby in joert
Goedlachs
De mensen in Kirgistan lijken in veel opzichten op Mongoliërs: ze hebben
hetzelfde uiterlijk, doen alles te paard, hebben deels een soortgelijke
levenswijze en de Kirgizische joert lijkt sterk op de Mongoolse ger,
maar is alleen wat kleiner. Toch vond ik de Kirgiezen stukken vriendelijker
en toeschietelijker dan de Mongoliërs. We werden met oprecht enthousiasme
in joerts uitgenodigd, iedereen vond het geweldig om op de foto te komen en
overal trof je goedlachse mensen aan.
In naam is ongeveer driekwart van de bevolking moslim, maar daar hebben we
erg weinig van gemerkt. In de hoofdstad Bishkek flaneerden de jonge meisjes
in blote topjes en minirokjes, en "Sex and the City" was er
zojuist in première gegaan.
|
Graf op één van de vele begraafplaatsen langs
de weg
|
Van de doden ...
Heel bijzonder zijn de begraafplaatsen die je overal langs de weg
aantreft. Het schijnt een typisch Kirgizische gewoonte te zijn om
mensen pal aan de weg te begraven, maar niemand weet precies waarom.
Verder is me verteld dat de doden in foetushouding worden begraven,
met hun gezicht naar het oosten. Niet bepaald volgens de
islamitische regels (Mekka ligt voor de Kirgiezen in het
zuidwesten), maar eerder volgens veel oudere inheemse gebruiken. Wel
hebben veel monumentjes een halve maan, maar daar staat weer
tegenover dat op diezelfde mausoleumpjes veelvuldig afbeeldingen van de
overledene voorkomen - alweer in strijd met de islam.
 |
Ontbijt bij ons gastgezin in Karakol
|
 |
De 'eettent' in de tuin van onze gastvrouw in Tamchy
|
Particuliere gastvrijheid
Zoals ik al zei, is het toerisme nauwelijks ontwikkeld in Kirgistan.
Zelfs in een grotere plaats met een regiofunctie, zoals Karakol, zijn daarom
maar weinig hotels. Gelukkig kun je in dit land heel goed bij particulieren
terecht. De accommodaties waar wij verbleven waren eenvoudig, maar
brandschoon, gastvrij en uitstekend verzorgd wat betreft het eten.
In
Karakol konden we naar hartelust kersen uit eigen tuin eten en in het
afschuwelijke badplaatsje Tamchy zaten we in een eenvoudig huisje dat van binnen
schitterend mooi was gemaakt met oosterse kleden, keramiek en andere
kunstvoorwerpen. De tuin was één grote bloemenzee.
Ook de joertaccomodatie was beide keren geweldig. Bij het Song Kul meer werden,
hoewel we onze eigen matrasjes en slaapzakken hadden, zelfs
matrassen voor ons opgemaakt,
(bestaand uit drie doorgestikte dekens) en op
een andere locatie stond een waar feestmaal voor ons klaar. De oudere
mensen spraken alleen Kirgizisch en Russisch, maar vaak was er een
jonger persoon die behoorlijk Engels sprak. Ondanks de eenvoud
overtrof het verblijf bij particulieren alle keren ruimschoots dat
van een hotel. Onder: typisch
Kirgizische huisjes tegenover ons B&B-verblijf in Karakol,
waarvan de kozijnen e.d. om duistere redenen altijd helderlichtblauw zijn
|