|
Als je
op de Toubkal staat, bevind je je 4167 meter boven zeeniveau en het
dichtstbijzijndste hoogste punt is de Mont Blanc. Hoewel dus letterlijk het
hoogtepunt van deze reis, vond ik het dat voor het overige niet. De rest van de
Atlas, slechts even verderop waar het stukken rustiger is, is wat mij betreft
veel meer de moeite waard dan de bekende en dus platgelopen Toubkal. Het uitzicht vanaf de top is prachtig, toegegeven, en het geeft wel een zekere kick
als je voor het eerst een echte berg hebt bekommen, maar daarna moet je snel de
pas over naar het volgende dal en vanaf daar wordt het echt mooi.
|
Reisgegevens
Periode: augustus 1998
Soort reis: georganiseerde wandeltrektocht met
bagagevervoer door muilezels
Organisatie: SNP
Accommodatie: vnl. kamperen in de vrije natuur
Bezocht: omgeving Toubkal, Marrakech
Weer: overdag warm, met 's middags onweersbuien
|
Een berghelling op een dag
lopen van de Toubkal (de hoogste berg van Noord-Afrika)
Rode
dorpjes, paarse dorpjes
Een beetje paradoxaal is het wel als
je het over natuurschoon hebt, maar het mooist aan het Atlasgebergte vond ik de
dorpjes, die schijnbaar geheel uit zichzelf uit de rotsen waren gegroeid - als
een geologisch verschijnsel, niet gemaakt door mensenhanden.
Dat komt vooral omdat deze dorpjes steevast gebouwd zijn van de plaatselijke
steen, die overal anders van kleur is. Zo heb je bijvoorbeeld roodbruine dorpjes
(hieronder), okerkleurige dorpjes en paarsige dorpjes (echt waar, zie maar
op de foto nog wat verder naar onderen!).
 |
Typisch Atlasdorpje
|
 |
Nog een Atlasdorpje, nu van grijs/paarsig
gesteente
|
Bruine kop
met touwhaar
De bergen zijn over het algemeen kaal, maar de
valleien zijn groen. Hier schrapen de Berbers met veel moeite hun kostje
bijelkaar. Sommige dalen zijn duidelijk vruchtbaarder dan andere. In de eerste
liggen groene en relatief welvarende dorpen. In sommige drogere valleien echter
lijken de mensen amper te kunnen overleven. Geen wonder dat ze hun heil in
Europa gaan zoeken.
Er was ook een heel gebied waar de mensen niet van de landbouw
maar van de veeteelt leefden, met kuddes hele leuke geitjes en massa's koeien.
Niet dat één boer veel koeien had. Het leek er meer op dat iedereen een
handjevol hoedde.
Hét transportmiddel in de Atlas is
het muildier, ontzettend lieve dieren - veel bedaarder dan een paard en stukken
gezeglijker dan een ezel. Wegen zijn er toch amper, dus wat moet je met een
auto. Het was dan ook een vreemde ervaring om na ruim een week in het ski-oord
Oukaimedden te komen en op asfalt te lopen. Echt erg was het vervolgens om
jezelf in de toiletten van een echt restaurant in de spiegel te zien. Wat een schok: die véél te bruine kop met dat touwhaar, ben ík dat? Maar goed dat we
volgende dag onze weg weer over ezelpaden vervolgden.
Geur,
kleur en exotische drukte
Als je helemaal uit je dak wilt gaan met je fototoestel moet
je een plek in Marokko opzoeken waar veel mensen bijelkaar zijn, bij voorkeur
een markt. Marrakesh is beroemd en terecht: het enorme centrale plein is één
en al kleur, geur, leven, exotische muziek en ook de bazaar is een geweldige
kaleidoscoop van oosterse en Afrikaanse drukte. Net zo leuk is echter een
willekeurige markt in een willekeurig plaatsje. Wij kwamen zo op de terugweg van
de bergen naar Marrakesh terecht in Aghmet, een bedrijvig, stoffig stadje met
een levendige en rommelige markt waar we de enige toeristen waren. Er worden
niet alleen allerlei spullen verkocht, maar er zijn ook stalletjes met
ketellappers, kleermakers, fietsenmakers. Er liep een waterverkoper rond, met
belletjes aan zijn hoed en een grote kom waar heel veel glaasjes aan hingen. Hij
zag er niet helemaal zo schitterend uit als de waterverkopers in Marrakesh, maar
hij was er dan ook in de eerste plaats om water te verkopen en niet om voor een
paar centen op de foto gezet te worden.

V.l.n.r. Potten met tajine, de nationale schotel, in Aghmet; berbermeisje in de bergen;
straatbeeld in Marakesh
|