|
Mongolië roept beelden op van
nomaden met kuddes en van weidse steppes. Waarschijnlijk is er geen land
ter wereld waar nog zo'n groot deel van de bevolking in tenten woont.
Zelfs de buitenwijken van de hoofdstad Ulaan Baatar bestaan voor een groot
deel uit "gers" (zoals
de tenten in het Mongools genoemd worden). Overal kom je ze tegen, alleen
of in kleine clustertjes, zelfs in de Gobi
Woestijn. Het is heel normaal - ook voor volslagen vreemdelingen - om even
binnen te vallen als je in de buurt bent en dan zelfgemaakte yoghurt of kaas te
krijgen.
|
Reisgegevens
Periode: juni-juli 2001
Soort reis: wandelrondreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: vrij kamperen; hotel (stad)
Bezocht: Ulaan Baatar, Hustain Nuuru NP, Khogno Khan Uul,
Kharkhorin, Naiman Nuur NP, Gobi Woestijn; Beijing (China)
Weer: droog, aangenaam
|
Een typische ger, gemaakt van
witte vilt en speciaal ontworpen om een keer of vier per jaar met de
kuddes gemakkelijk naar een
andere plaats te kunnen trekken. Let op de mooie beschilderde deur.
Paarden
in de hoofdrol
Zoals valt te verwachten in een
land van nomaden en van wijdse landschappen zonder wegen is het paard het
voornaamste vervoermiddel. Sterker nog, het is bijna een way of life.
De Mongolen zijn zulke fantastische ruiters dat het lijkt alsof ze op een
paard worden geboren, ze vereren het bijkans en de meeste nomaden hebben
er zulke grote kuddes van dat ze niet eens de moeite nemen om een paard
een naam te geven. Naast ontelbare paarden zie je ook overal grote kuddes
koeien, yaks, schapen, geiten en (vooral in de Gobi Woestijn) kamelen.
Wat weinig
mensen weten is, dat in Mongolië op twee plaatsen kuddes zijn uitgezet
van takhi, ofwel de enige nog oorspronkelijk wilde paarden ter
wereld, bij ons beter bekend als Przewalski paarden en sinds de jaren
vijftig niet meer in het wild voorkomend. In het Hustain Nuruu NP, een
prachtig bloemrijk gebied waar wij hebben gewandeld, zit sinds een jaar of
tien een kudde die is uitgezet met Nederlandse hulp en die het prima doet. Er
zijn al diverse veulens geboren en de paarden hebben de abnormaal strenge
winter van 2000-2001 uitstekend doorstaan. De Mongolen waren zo verheugd
over de komst van de eerste groep takhi uit Europa, dat de dieren
net als Hollywoodsterren in Amerika op het vliegveld werden opgewacht door
honderden mensen. Paardenliefhebbers: zie de website
over deze groep takhi!
Boven:
de finish van de paardenrace op
Naadam, het kleurrijke jaarlijkse festival op 11 juli met worstelen,
boogschieten en paardenraces. Bij de races treden kinderen van circa 5 tot
11 jaar op als jockeys. Nadaam is naar het schijnt ingesteld in de 12de eeuw door
Dzjenghis Khan om zijn volk in vorm te houden voor de strijd.
Daaronder: een
toevallige ontmoeting in het bos. Deze spontaan poserende ruiter is ongetwijfeld een directe afstammeling
van Dzjenghis Khan, een figuur die in Mongolië welhaast mythische
proporties heeft aangenomen.

Eén van de vele fraaie, met
bloemenvelden en naaldbossen
omgeven meertjes in het Hangai Gebergte.
Bloemenweiden
Je zou het niet zo gauw verwachten
in het enorme, dunbevolkte Mongolië, maar ook dit land kampt met
ecologische problemen: doordat er veel meer gedomesticeerde dieren dan
mensen wonen, zijn de meeste gebieden overbegraasd. Gelukkig heeft ook
Mongolië inmiddels nationale parken ingesteld. Hiernaast zie je een stukje van
Naiman Nuuru NP in het Hangai Gebergte: een schitterend gebied met naaldwouden,
meertjes, lavavelden en vooral heel veel bloemen (helaas niet zo goed te
zien op de foto).

Wandelen over de zandduinen in de
Gobi Woestijn.
Gek genoeg kwam binnen de kortste keren het strandgevoel boven en
ontpopten allerlei nette mensen zich tot buitelende, klauterende
kinderen. Overigens kun je hier vanwege de hitte alleen 's ochtends vroeg
verantwoord wandelen. En de kamelen, die zo onvermijdelijk bij dit plaatje
horen, stonden even verderop.
Camel
Trophy in de Gobi
Echt onherbergzaam wordt het in de
enorme Gobi Woestijn, in het zuiden. We hebben daar verscheidene dagen in
jeeps doorheen gereden. Lijnen die in mijn grote Times Atlas als
hoofdwegen staan aangeduid bleken in de praktijk slechts sporen te zijn,
die zo hobbelig waren dat mijn langere reisgenoten regematig met hun kop
tegen het dak knalden en eentje zelfs een rib kneusde. Zeer bevorderlijk
voor dat stoere Camel Trophy gevoel. Op de foto hiernaast zie je het
perfecte woestijnplaatje: eindeloze zandduinen. Het meeste van de Gobi
bestaat echter uit hobbelende kiezelvlaktes, en er zijn zelfs behoorlijk
groene
heuvels en prachtige kloven met kleine stroompjes, steenbokken,
steenarenden, lammergieren en - in het nauwste en dus donkerste deel - eeuwige
ijsveldjes (wel hele kleine).
En vergeet de cultuur niet
Alhoewel reizigers in de eerste plaats naar Mongolië zullen komen voor de
uitgestrekte natuur, is het niet zo dat het land op cultureel gebied een
complete woestenij is. Toegegeven, de hoofdstad Ulaan Baatar is een
tamelijk deprimerende stad met veel opvallend lelijke Sovjet-architectuur,
maar ook in UB kun je enkele juweeltjes vinden. Wat dacht je van het
paleis van de laatste Bogd Khaan, de Mongoolse koning die in 1924 door de
Sovjets is verdreven (zie foto linksonder)? Het paleis is om niet geheel
duidelijke redenen ontsnapt aan de communistische vernielzucht en is nu
een museum. Hoewel het terrein er een beetje rommelig en verlaten bij
ligt, zijn de gebouwen nog steeds erg mooi. Nog meer de moeite waard is
het Gandan klooster in Ulaan Baatar, een complex dat volop in bedrijf en
vol leven is. Sinds Mongolië de laatste tien jaar geen Sovjet-vazalstaat
meer is, is het Boeddhisme er weer helemaal opgeleefd. Het Gandan klooster
telt onder andere twee tempels, waarin allebei diensten aan de gang waren toen wij ze bezochten, en een
gebouw met een enorm, indrukwekkend boeddhabeeld. Niet overslaan.

Links: het paleis van de laatste
koning van Mongolië.
Rechts: lama's in het Gandan Klooster, ook in Ulaan Baatar.
|