halve marathon nacht van groningen
1 mei 2008

ALGEMEEN

  • Welkomstpagina
  • Lijfspreuken

BOEKEN

REIZEN

HARDLOPEN

joomla 1.5 stats

free counters

Eerst maar eens in Groningen zien te komen

Het is 16:30 uur, ik ben blessurevrij, virusvrij (geloof ik) en er heerst geen hittegolf. Integendeel: het heeft een half uurtje geleden nog geonweerd en het is nu zo frisjes dat ik bij nader inzien een shirt met lange mouwen aandoe. Op het station is het een dolle boel - dat wil zeggen, ik tref drie clubgenoten, die ook mee gaan doen. De trein arriveert precies op tijd en blijft vervolgens staan. Als we eindelijk vertrekken, blijkt er een seinstoring te zijn (van het onweer?) en blijven we onderweg nóg een tijdje staan. Als dit zo doorgaat, moeten we uit de trein zien te klimmen en op eigen kracht naar Groningen rennen. We hebben tenslotte allemaal looptenue aan en dan zijn we ook meteen opgewarmd. Gelukkig hoeven we dat noodscenario niet aan te spreken, want we komen uiteindelijk toch aan in Groningen, waar het inmiddels plenst en plenst en nog eens plenst. De wind is gaan liggen, dat wel.

Buienradar

Het was maar goed dat de trein vertraagd was, want nu hoeven we minder lang onder een afdakje te staan kleumen totdat het startschot gaat. Geen hond die al in het startvak staat natuurlijk. Niks is zo deprimerend als in een dun shirtje en een korte broek stil te staan en nat te worden. Clubgenoot Karin staat koortsachtig op haar telefoon de buienradar te volgen, maar die ziet er niet hoopvol uit: we zitten net zo'n beetje op de grens van de plensbui en als we thuis waren gebleven zaten we nu droog. Als ik opschiet kan ik de trein nog halen. Ik kan ook besluiten om in plaats van drie rondes maar één ronde te doen, zoals de meeste mensen, dan is het leed sneller geleden. Maar nee, dat is kinderachtig; als ik maar eenmaal loop, valt het altijd wel mee.

Om vijf minuten voor half zeven besluit iedereen plotseling tegelijkertijd dat het tijd is om naar het startvak te gaan. En er gebeurt meteen een wonder: het houdt op met regenen! Gelukkig maar, want we starten vijf minuten te laat.

De Strategie

Daar gaan we. Wat is het heerlijk om weer eens aan een loopje mee te doen! Strategie: ik hoop onder de 1:50 te blijven en op een tijd tussen de 1:49 en 1:50 uit te komen. Op mijn vrijdagse tempotrainingen van de afgelopen weken, heb ik op 5:10 min/km getraind, maar dat waren steeds maar korte stukjes en ik moet zeggen dat het tamelijk zwaar aanvoelde, niet soepeltjes genoeg om even een hele halve-marathon vol te houden. Plan is om gemiddeld op een hartslag van 177 te lopen, d.w.z. eerst de boel rond de 175 te houden en dan vanaf 15 kilometer los te laten en gewoon zo snel mogelijk te lopen. De eerste 10 kilometer gaan verrassend soepel; daarna begin ik mijn benen te voelen (nu al?) en vanaf 14 kilometer begint het tempo in te zakken (nu al?).

Aftellen en sprinten

Ik zit gemiddeld gezien echter nog steeds op streeftempo, maar als ik dat zo wil houden, moet ik nu wel op een hogere hartslag gaan lopen. Ik schakel over naar 180 en begin in mijn hoofd de kilometers af te tellen (nog zeskommadrie - nog zeskommavijftien - nog vijfkommanegenenzeventig). Getver, wat zijn het er nog veel.

De laatste loodjes breken aan: vals plat in de Oude Ebbingestraat. Inderdaad héél vals. Ik kijk niet meer naar hartslag of tempo; gewoon doorbuffelen en die man met het rode shirtje en de vetrollen in proberen te halen. De finish komt in zicht. Ik hoor speaker Harm Noor galmen "en daar passeert Jan de Vries de finish in 1:48:27 en daar finisht Joukje Hoekstra in 1:48:33". Het dringt tot me door dat ik onder de 1:49 kan eindigen. Sprinten! Nog harder sprinten! En blijven sprinten! Het lukt: ik eindig in 1:48:47. Geen toptijd, maar ik hoef me er ook niet voor te schamen. Joepie!

Met dank aan Jelle uit het verre oosten en Eric uit het verre westen voor hun virtuele aanmoedigen

PS Hele originele medaille "gewonnen", van loper met twee geamputeerde benen.