Het schijnt dat Namibië na Mongolië het dunst
bevolkte land ter wereld is, maar dan hebben we het
nadrukkelijk over mensen, want van de wilde dieren
wemelt het in dit land. Al na een paar minuten
onderweg vanuit de luchthaven stuitten we op en
bavianenfamilie die op en langs de weg zat. Een paar
kilometer na de hoofdstad Windhoek stonden er twee
roerloze giraffes langs de weg en dan hebben we het
nog niet eens over de twee Afrikaanse wilde katten
en de vossen-met-vleermuisoren die ons pad kruisten.
Om over het immense wildpark Etosha maar helemaal te zwijgen.
Reisgegevens
Periode: 16 juli t/m 2 augustus 2009 Soort reis: georganiseerde natuurrondreis Organisatie: SNP Accommodatie: hotels en lodges Bezocht: Windhoek, Waterberg Plateau NP, Etosha NP, Damaraland,
omgeving Twyfelfontein, Swakopmund, Namib Naukluft
NP, Kalahariwoestijn. Weer: winter, d.w.z. overdag ca. 20-25 C, 's nachts ca.
5 C;
droog en helder.
Dierenrijkdom in een onherbergzaam gebied
Waterpoel in Etosha
Etosha is denk ik de voornaamste attractie van
Namibië, maar als ik heel eerlijk ben, vond ik de
wildparken in Tanzania mooier,
vooral vanwege de veel grotere verscheidenheid aan
landschappen. Dat wil echter zeker niet zeggen dat
Etosha niet de moeite waard is, want de
dierenrijkdom is enorm, zeker als je ziet hoe droog
en ogenschijnlijk onherbergzaam het gebied is. Je
wordt gegarandeerd getracteerd op een hoop zebra's,
springbokken, spiesbokken, koedoes, hartebeesten,
struisvogels, wrattenzwijnen, gnoes, jakhalzen, giraffes
en
zelfs - met wat meer moeite - olifanten en leeuwen[Klik op de naam van het dier om een zelfgemaakt
kiekje te zien]. Onze vogelkenner moest voortdurend naar haar
verrekijker grijpen voor alweer een interessante
vogel en soms streek de betreffende vogel zelfs
gedienstig in
een boom vlakbij neer om te poseren voor een foto -
tenminste zo leek het. De grappigste vogels vond ik de
parelhoenders, verre familie van de kip, talrijk
aanwezig en altijd net bezig in een clubje snelwaggelend de weg over te steken.
Drinkende koedoes in Etosha: altijd alert op
leeuwen.
Hardlopen met struisvogels
Mijn leukste wildervaring was die in onze
eerste lodge in Otjibamba
die gelegen was in een klein wildparkje. Ik ging
daar een rondje hardlopen (gegarandeerd veilig
volgens het personeel) en na 300 meter schoten er al
twee prachtige impala's uit de berm. Wauw, dat is
nog eens wat anders dan een schaap dat van mij
schrikt. Een eind verderop joeg ik een hele kudde
gnoes op en nog even verderop stak er vlak voor mij
ineens een struisvogel met een rotgang het pad over.
En vervolgens nog een! Aan het eind kwam de
hoofprijs: drie giraffes die stokstil boven de bomen
uit stonden te staan en roerloos voor zich uit
staarden.
Favoriet: de Namibwoestijn
Een springbok in de fotogenieke Sossusvlei
Mijn favoriete gebied in Namibië was de
Namibwoestijn. Deze is veel minder vlak dan de
Kalahari, maar heeft fraaie bergen en rotsformaties
én er is de Sossusvlei, die met zijn spectaculaire
rode zandduinen trouwens niet echt
representatief is voor de Namib maar wel fantastisch
mooi.
Omdat het de afgelopen jaren meer had geregend dan
normaal stond het gele gras veel hoger dan anders.
Zo hoog dat er zelfs koeien konden grazen. Het beeld
van een woestijn als een zandbak klopte dus niet;
zowel de Kalahari als de Namib, met hun bosjes en
verspreide acaciabomen, waarin de nesten van de
wevervogels hangen, deden soms meer denken aan een
savannelandschap.
Hieronder: de Namibwoestijn
Culturele ontmoetingen
Swakopmund
is waarschijnlijk het leukste stadje van het land. In de hoofdstad
Windhoek is niet zoveel interessants te beleven of te zien, er heerst
weinig sfeer, alhoewel er ook niet echt iets mis mee is. Swakopmund,
aan de kust, heeft echter nog een hoop fraaie gebouwen en gebouwtjes
uit de Duitse koloniale tijd (1885-1915), er zijn mooie winkels, leuke
restaurantjes en caféetjes. Ofwel, het heeft een zekere sfeer. Mijn
favoriete locatie was een boekwinkel met een terras waar je uitstekende
cappuccino kon drinken. Maar waar ik me Swakopmund vooral om zal
herinneren was om het culturele uitstapje naar de township Mondesa (foto
hieronder).
De rest
van de groep
ging een boottocht in de baai doen, maar ik ben met
een reisgenote naar Mondesa geweest, waar we onder
meer bezoekjes hebben gebracht aan allerlei
ontzettend aardige
mensen, mee hebben gegeten, in een barretje
zijn geweest, zijn onderwezen in het Nama (een taal
met vier verschillende klikklanken en vier
onderscheidende toonhoogtes), en aldus van dichtbij een
heel klein beetje hebben meegekregen van het leven
van de zwarte inwoners van Swakopmund. Een echte
aanrader. Als je ook in Swakopmund bent, neem dan
vooral contact op met Mondesa
Township Tours.
Hieronder: in het arme deel van Mondesa.
En voor wie in Windhoek eens wat anders wil: even
buiten de township Katatura, is Penduka,
een project voor gehandicapte vrouwen die anders
weinig kans maken op de arbeidsmarkt en die daar
fraaie handgemaakte spullen maken en zelfs naar
Europa exporteren. Opgezet door een Groningse.
Een bezoek aan de Himba's
In de buurt van Grootberg zijn we op bezoek
geweest bij een Himba-nederzettinkje. De Himba's
zijn seminomadische veehoeders die nog net zo leven
in hun kleine ronde lemen hutjes als een paar eeuwen
geleden - afgezien van de bezoekjes van toeristen
dan. Ik was een beetje bang dat het aapjes kijken
zou worden, maar de vrouwen zijn erg trots op hun
fraaie uiterlijk en poseerden gewillig voor foto's
(het feit dat ze na afloop zakken meel e.d. tegemoet
konden zien en dat wij sieraden van hen kochten
droeg daar ongetwijfeld aan bij). Enthousiast werden
ze toen wij ook liedjes gingen zingen, met de
kinderen gingen spelen en op verzoek een gebedje
voor hen zeiden. Dat we allevijf niet-gelovig waren
hebben we daarbij maar niet vermeld, want ik denk
niet dat het begrip "niet-gelovigheid" hen
iets had gezegd. Eén van ons kwam uit Limburg en
kon het Onze Vader nog feilloos opzeggen. Als
afstammeling van generaties atheïsten kwam ik niet
verder dan vaagjes meemompelen.
Een
himbahutje van twijgen en leem
De vrouwen zien er fantastisch uit. Ze dragen niet
veel kleding - zelfgemaakte teenslippers en leren
lendendoeken - maar des te meer sieraden. Getrouwde
vrouwen dragen ook nog eens een uitgebreide
hoofdtooi en iedereen smeert zich in met een mengsel
van boter en rode oker, dat bescherming tegen de zon
en/of insekten schijnt te bieden. Het is niet zo dat
ze zich alleen voor de toeristen zo aankleden. We
zijn onderweg zulke vrouwen ook ergens in de supermarkt
tegengekomen en
op de markt in Windhoek - wat eerlijk
gezegd wel een beetje een vreemde gewaarwording was.
De meisjes worden vanaf een jaar of zeven, acht
uitgehuwelijkt (of ook wel later) aan een man die
genoeg koeien kan betalen.
Er wordt voor ons gedanst, in ruil waarvoor wij
'De uil zat in de olmen' (grote hilariteit over het
"koe-koek") en 'Vader Jacob' hebben
gezongen.