Syrië

ALGEMEEN

  • Welkomstpagina
  • Lijfspreuken

BOEKEN

REIZEN

HARDLOPEN

joomla 1.5 stats

free counters

Toen ik begin 1994 vrienden en kennissen vertelde dat ik naar Syrië met vakantie ging, reageerde zowat iedereen met een verbaasd: "Hoe kom je dáár nou bij!" Veel mensen dachten zelfs dat Syrië een eng land was. Toerisme naar Syrië is inmiddels aardig op gang gekomen (vrijwel altijd in combinatie met Jordanië), dus ik weet niet precies hoe het er nu is, maar in 1994 was het een onbedorven juweeltje. Verwacht geen pittoreske dorpjes (de meeste dorpjes zijn ronduit lelijk) of spectaculaire natuur (het land is al millennia in cultuur en wat daar niet geschikt voor was, is woestijn of halfwoestijn). Maar als je van geschiedenis houdt en graag wil kennismaken met een Midden-Oosten zonder veel westerse invloed, dan is Syrië een aanrader. Een reis naar Syrië is namelijk in veel opzichten een reis terug in de tijd.

Reisgegevens

Periode: mei 1994
Soort reis: georganiseerde wandel-/rondreis
Organisatie: SNP
Accommodatie: meest kloosters, enkele hotels
Bezocht: Seydnaya, Maalula, Tartus, Arwad, Adrykeesh, Safita, Kafrun, Marmarita, Crac des Chevalliers, Palmyra, Damascus
Weer: warm en droog


Syrische senioren bij een Islamitisch heiligdom ergens tussen Adraykish en Safita

De mensen in Syrië zijn allemaal even vriendelijk. Toen ik er was, waren ze  buiten de grote plaatsen nog helemaal geen toeristen gewend en waren wij een minstens even grote bezienswaardigheid voor hun als zij voor ons. Mensen kwamen voortdurend hun huis uit om te zien dat er een stelletje westerlingen voorbij liep. Bij één zo'n familie heb ik meegeluncht, toen ik last van mijn knie had en niet goed kon lopen. De jongste dochter liet mij haar spijkerbroek zien, die ze kennelijk alleen binnenshuis durfde te dragen. Van de oudste dochter mocht ik de door haarzelf genaaide, met ontelbaar vele lovertjes en strikjes en kantjes bezette feestjurk aan. Ik ben daar nog mee op de foto gezet, maar ik ben wel zo verstandig om die hier niet te laten zien.


De grootste kruisridderburcht:
de Crac des Chevalliers


Rovers, Christenhonden, Vrouwenschenders

Dat is de titel van een auteur uit het Midden-Oosten over de kruistochten. Deze benamingen waren van toepassing op de kruisridders die in de twaalfde eeuw naar het Heilige Land trokken om Jeruzalem te "zuiveren" van niet-Christelijke invloeden. Hoewel er ongetwijfeld lieden met nobele bedoelingen tussen zaten, hoorde een groot deel van de kruisvaarders thuis in de categorie brute avonturiers die het hele gebeuren zagen als een prachtgelegenheid om eens lekker te plunderen. Daar begonnen ze al mee in Constantinopel, toen nog een belangrijk christelijk centrum, dus dat zegt genoeg.

Deze kruisvaarders waren wel zo succesvol dat ze door heel Syrië langs hun route naar Jeruzalem militaire burchten konden bouwen. De grootste is de Crac des Chevalliers, waarvan je hiernaast een foto ziet. Ik moet zeggen dat deze Crac erg tot de verbeelding spreekt. Hij ligt bovenop een heuveltop en beslaat een enorm terrein. Er zijn duistere gangen, exercitieterreinen, oude kapellen en geheimzinnige hoekjes.

Het klooster van Seydnaya, gesticht in de zesde eeuw; 
rechts van de toren zitten de neonletters.

Stokoud met neon

Veel van onze overnachtingen vonden plaats in kloosters van diverse pluimages, maten en soorten. Het eerste en oudste was het klooster van Seydnaya, gesticht door keizer Jusitinianus in de zesde eeuw. Het ligt hoog op een heuvel en om er te komen moet je eerst eindeloos trappen klimmen. Het gebouw is een wirwar van aanbouwsels, gangen, trappen, bomen die uit muren groeien en stamt duidelijk uit verschillende niet meer te ontrafelen tijden en doet hier en daar denken aan een zonnige versie van het klooster uit De naam van de roos. Zeer recent zijn ongetwijfeld de Arabische neonletters op de voorgevel (zie de foto hierboven).

De sfeer in de diverse kloosters was heel anders dan ik me had voorgesteld: niks stil en gewijd. In de meeste gevallen fungeert het klooster bijna als een soort dorpshuis voor de plaatselijke Christenen, soms zelfs compleet met tafelvoetbalspel. De gelovigen lopen in en uit, er wordt getrouwd, er wordt op bezoek gegaan, er wordt gezongen. Waarschijnlijk lijkt dit veel op de manier waarop onze eigen kloosters in de middeleeuwen fungeerden. Zeer levendig was wel het splinternieuwe klooster van de Italiaanse paters Salesianen. Er waren tafelvoetbalspelen, biljarttafels en een piano, die door de abt (in geruit overhemd) met veel gusto werd bespeeld. En voor het avondeten was er ....... spaghetti - uiteraard met wijn.




Damascus: de oudste bewoonde stad ter wereld

Damascus is één van de meest fascinerende steden waar ik tot nu toe geweest ben. Binnen de enorm dikke muren uit de Romeinse tijd tref je een waar labyrinth van straatjes, trapjes, gangetjes, poortjes en pleintjes aan, zo te zien uit alle mogelijke tijden. Resten van Romeinse zuilen zijn zonder omhaal geïncorporeerd in latere gebouwen. Onder straatniveau bevinden zich woningen uit de tijd van Jezus. De kolossale Ommayyad Moskee is gebouwd op de plaats van een heidense tempel. Er is een weelderig paleis dat uit de achttiende eeuw stamt, maar dat eigenlijk thuis hoort in de Sprookjes van 1001 nacht.

Niet iedereen is ontvankelijk voor de charme van deze stad. Sommige mensen vinden het een ouwe zooi en begrijpen niet wat er zo bijzonder aan is. Maar zelfs dan is er genoeg te beleven. Ga bijvoorbeeld gewoon eens op de grond zitten in een van vele moskeeën en laat het gebeuren rondom je over je heen komen. Zelf heb ik dat gedaan in een Iraanse moskee, waar ik bij de deur een grote doek uitgereikt kreeg, die ik helemaal om me heen moest wikkelen. Onmiddellijk was ik niet meer herkenbaar als toerist, maar kon ik opgaan in de omgeving. Er werd daar trouwens door een soort religieuze politie-agent in lang gewaad wel streng op gelet of er niet piekjes haar van onder de doek tevoorschijn komen. Houdt uw kapsel dus in bedwang, dames.